You are currently viewing De dood is een zekerheid

De dood is een zekerheid

De dood is een zekerheid

Kijk es wat ik vond in het bos. En wat je vindt mag je houden, hoor ik wel eens…

Iedereen ziet wel eens een dood beestje liggen. Een dood vogeltje op straat, het dode muisje die je kat binnen bracht of die dode bromvlieg in het raamkozijn. De dood is eigenlijk altijd heel dichtbij. De dood is een zekerheid. Zelfs in ons lichaam is de dood dagelijks aanwezig. Elke dag weer maakt je lijf nieuwe huidcellen en stoot het de oude dode cellen af. Het is een eindeloze transformatie van energie. Je lijf is als een fontein van leven die op een dag klaar is met stromen.

Welke dood is erger?

Ik vond het best intens om zo’n groot dier te zien liggen. Zo’n mooie grote roodharige Schotse Hooglander, met enorme horens. Ze was hoogzwanger. De omgewoelde grond om haar heen deed vermoeden dat ze een strijd had geleverd tijdens haar bevalling. Het moet slechts een paar uur geleden gebeurd zijn toen ik haar vond. Moeder en kind was het niet gelukt om van elkaar los te komen in dit leven. 

Zo’n groot dier is natuurlijk niet méér of minder dood dan een platgereden koolmees of een verzopen fruitvliegje. En toch deed het iets anders met me. Het was een triest gezicht. Misschien herinnerde het me meer aan mijn eigen sterfelijkheid. We voelen ons eerder verbonden met iets waar we onszelf in herkennen. Ogen, haar en aaibaar. Toch gek dat ik een verschil maak tussen een koe en een fruitvliegje. Ze hebben allebei net zo veel ‘recht’ om te leven. 

Angst voor het leven of de dood?

Er zijn vele ‘on’ zekerheden in onze levens. Alles is mogelijk, er kan van alles gebeuren en we kunnen van alles gaan doen. Eén ding weten we allemaal zeker, iedereen gaat op een dag dood. De dood is misschien wel onze enige echte zekerheid. Is het iets om bang voor te zijn of is het juist geruststellend? Juist in de zekerheid van mijn sterfelijkheid kan ik het leven omarmen. Ik heb slechts te verliezen dat ik mijn leven niet heb geleefd.

Een moment van besef

Wat ik vond in het bos, was een moment van besef van mijn eigen vergankelijkheid. Het besef dat ik nu leef en dat ik daar dankbaar voor ben. Het besef dat de reis van die koe en haar jong daar was geëindigd en dat ik mijn boswandeling gewoon kon voortzetten. Dat ik leef, hier en nu. Aan mij de keuze hoe ik wil leven. In het moment, in vertrouwen, in dankbaarheid of in angst. Dat nam ik die dag mee naar huis…